- Bij de doop van hun kinderen woonden zij aan het Schuitendiep te Groningen.
Idske Foppes, van Lippenhuizen, tr. 1o Uithuizermeeden 1687 Jantje Hindriks; tr. 2o Groningen 1720 Leentje Jans.
Jan Derks, uit de Wildervank, huwt met Egbertien Idskes. Ik neem aan, dat hij identiek is aan Jan Derks Wortelboer; op grond daarvan zijn de hierna opgenomen kinderen in deze genealogie opgevoerd.
In het lidmatenregister van de N.H. gemeente van Groningen troffen we enkele Jan Derksen aan, waarvan een van hen op 'onze' Jan Derks betrekking kan hebben; het betreft de volgende personen:
a. Jan Derx, op 't Schuijtendiep, die in maart 1716 als lidmaat wordt aangenomen;
b. Jan Derx, bij 't Suyder-diep, die in december 1715 wordt aangenomen;
c. Jan Dercx, buijten Heer-poorte, die in maart 1716 wordt aangenomen, en
d. Jan Derks, in Gelt. straat, die in juni 1716 wordt aangenomen.
Mijn voorkeur gaat daarbij uit naar de sub a genoemde, aangezien die aan het Schuitendiep woonde.
Informatien genomen bij des Stads Advocaat in Groningen den 20 8bris 1736: Jan Tiaarts, ziek te bedde leggende, doet verklaringe, dat gisteren na de middag omtrend drie uijren uijt de schuijte komende met 6 mudden boekweijte, omtende de Poelepoortenbooge heeft ontmoed sijn broer, en terwijl daarmede sprak, Jan Derks Wortelboer mede bij hem is gekomen en heeft deposant gevraagd na de boekweijte en prijs vandien, wanneer deposant 37 stvers. eijssende hij eerst 35 en daarna 36 heeft geboden, zonder den koop klaar te worden; dat vervolgens deposant is gegaan an Roelef Boekweijten Mulder en heeft de 6 mudden daar verkogt voor 36 stvers. van daar gegaan zijnde om een sleêmenner en van 't diep weerom komende, Jan Derks en sijn vrouw is ontmoet an't schuijtendiep tusschen de poort en breedegangh; dat de vrouw hem daar anstonds heeft beginnen uijt te schelden voor verdoemde schelm, schurk en diergelijke, en hem vervolgd tot voor het huijs van voornoemden boekweijten mulder; dat inmiddels deposant sig ontschuldigende met dat de koop niet geslooten was gewest en hij se liefst al te gelijk had willen verkoopen enzo deze vrouw hem aldaar drie of vier slagen met de vuijst voor 't hoofd heeft gegeeven, onder een gedrijzig roepen van dou canaillepack dou kaakenpack enzovoorts, ik wil dogh mijn mudde boekweijte hebben! dat daarop de mulder heefd gepraesenteerd tot voorkoominge van verdere alarmen, aan haar een mudde wederom heeft af te staan; maar sij geantwoord ik schijt wat inde boekweijte en is voort gevaaren te schelden en raazen, tot dat deposant ook boos wordende heeft gezegd, met dij wil ik niet te doen hebben maar waar is dijn kerel' en hem ziende denzelven aangetast; wanneer sij beijde na weijnig worstele zamen zijn onder voeten gevallen; waarop het wijf deposant mede heeft aangegreepen en hem bij de keel gevat hebbende met sijn eijgene dasse bijna ter doot toe gewurgd; invoegen deposant in flaute is gevallen en voor dood naar huijs gebragt niet eerder weer is bekomen als tusschen 9 en 10 uijren; wanneer van de breede na de Hopmans gangh is gedragen op een barve; niet weetende wat er inmiddels is gepasseerd of hoe deposant van de straat in huijs is gekomen; dat hij bevooren nooit de minste quaestie met deze luijden heefd gehad, hoewel den man van kindsbeen af gekendt heefd; maar dat van an dezen wel gehoord heeft dat sij seer quaardaardig zijn en bijna niemant met hen kan verkeeren; dat 't voorenverhaalde van begin aan zijn paesent geweest mr Roelef de boekweijten mulder en Cornellis Turfstauwer, als ook nogh de schippers Jan Oostingh en Jan Ernesd, beneffens meer andere menschen die deposant niet kende; gevr. na sijn tegenswoordige toestandt verklaarde deposant dat het hem nu nogh meest scheel an pijn inde lieden enwel voornaamelijk in de keel; en persisteerde na praelectie'
In de hiervoor vermelde vechtpartij is sprake van boekweitmeel, die Jan Derks Wortelboer wilde kopen. Aangezien in 1738 (zie hierna) wordt vermeld, dat Jan Derks Wortelboer het burgerrecht van de stad Groningen bezat, is het niet ondenkbaar, dat hij lid was van het bakkersgilde. Hij trouwde in 1715 en werd dan kort daarop in 1716 lid van het bakkersgilde.
De volgende vermelding kan dan op hem betrekking hebben: 'Den 26 dito [nov. 1716] ontfangen van de E. Jan Derks twee en twintigh gl. tien stuijvers wegens het winnen van de bakkergilde [f] 22-10-'
1 febr. 1737 'Op de requeste van Derck Roekes, hoe wegens afgedane proceduiren in den oldambte tegens Jan Dercks in Groningen woonaghtigh, heeft bekomen een gemodereerde specificatie van reghtskosten groot 12 car. gld. tot betalinge van gem. somma de executie in continuaciam geaccordeert, versogte dat dese executie door een Raadsdienaer in t pandt in die goederen van Jan Dercks mogte worden werckstelligh gemaakt.' Is accoord
8 maart 1737: 'Op de requeste van Derck Boekes(!), ten einde de Raadsdienaar in 't pandt moge worden gelast om de executie in de goederen van Jan Dercks voor een somma van 12 car. gld. gemodereerde reghtskosten werckstelligh te maacken. De H. Heeren Borgemeesteren ende Raadt gelasten de Raadsdienaar in 't pandt om binnen 8 dagen bij poena van een pondt groodt met de executie voort te vaaren'
30 juli 1737: 'Op de requeste van Derck Roekes, hoe in den Oldambte heeft bekomen de executie tegens Jan Dercks in Groningen woonaghtigh voor vijff gld. 12 stver gem. reghtskosten welcker betalinge niet wordende gedaan, versogte dat hem de afdrivinge der mobile goederen van gem. Jan Dercks alhier woonaghtigh moge worden geaccordeert voor 5 gld. 12 stver gem. reghtskosten met de naekosten daar en boven en voorts de dienaer in ?t pandt ten dien fine geauthoriseert.' Is accoord
30 juli 1737: 'Op de requeste van Derck Roekes, hoe in den Oldambte heeft bekomen de executie tegens Jan Dercks in Groningen woonaghtigh voor vijff gld. 12 stver gem. reghtskosten welcker betalinge niet wordende gedaan, versogte dat hem de afdrivinge der mobile goederen van gem. Jan Dercks alhier woonaghtigh moge worden geaccordeert voor 5 gld. 12 stver gem. reghtskosten met de naekosten daar en boven en voorts de dienaer in 't pandt ten dien fine geauthoriseert.' Is accoord
Op 10 okt. 1738 dient Jan Dercks een rekest in bij de stad Groningen, die in iets uitgebreidere vorm door hem op 7 november van datzelfde jaar wordt herhaald. Dit tweede rekest luidt als volgt: 'Op de requeste van Jan Dercks als mede erffgenaam van sijn broer Willem Dercks, borger en ingeseten alhier, hoe met sijn vader en moeder Derck Rockes cum uxore proces heeft gehadt nopens deselvde erffenis voor den Oldambte in wat voegen de goederen van sijn broer tusschen Hoorn en Enckhuisen verongelukt, moeste vererven, welck bij sententie in prima instantia en bij Haar Ed Mog. geconfirmeert, zijnde getermaneert conform Oldambster Landtr. de remt. pro quota geadjudiceert salvo usu fructu, door dien nu het arrest maar op eenige effecten was gedaan en de grootheijdt van het geheele vrugt gebruik diend te werden uit vondigt, versogte dat Heeren Gecomm. mogten worden verleendt om daar over nevens sijn ouders te mogen worden gereguleert ende getermineerd'
|